+31(0)77 351 50 41

St. Martinusstraat 5

5911 CJ Venlo

info@meulenkampadvocaten.nl

algemeen adres

Aanbestedingsgeschillen en formaliteiten: inschrijvers let op voor valkuilen

Aanbestedingsgeschillen kunnen bijzonder complex zijn. Voor het behandelen van aanbestedingszaken is dan ook specialistische kennis vereist.

Ook kennis van formaliteiten, die volgen uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het procederen namens de correcte partij is daarbij van groot belang, omdat anders een zaak voor een inschrijver al kan eindigen voordat de rechter inhoudelijk de zaak kan beoordelen.

In de recente jurisprudentie zijn hiervan twee voorbeelden te vinden: 

  1. Op 24 oktober 2018 verklaarde de Voorzieningenrechter Rechtbank Overijssel een inschrijver, die een kort geding aanhangig had gemaakt tegen de gemeente Almelo en gemeente Hof van Twente niet-ontvankelijk, omdat de betreffende inschrijver niet binnen de vereiste termijn van 20 kalenderdagen door rechtsgeldige betekening van de dagvaarding aan de gemeente een kort geding tegen die gemeente aanhangig had gemaakt.

In deze zaak was de gunningsbeslissing verzonden op 5 september 2018. De betreffende inschrijver had een termijn van 20 kalenderdagen om hiertegen een kort geding aanhangig te maken.

De termijn eindigde derhalve op 25 september 2018. Op 25 september 2018 werd de kort geding dagvaarding betekend op het adres van de advocaat van de gemeenten.

Echter, de advocaat van de inschrijver had aan de advocaat van de gemeenten niet gevraagd om toestemming om de dagvaarding aan het adres van de advocaat uit te brengen.

In een dergelijke situatie geldt de hoofdregel van artikel 49 Rechtsvordering, dat de betekening dient te geschieden aan het adres van de gemeenten. Dat was niet gebeurd binnen de termijn van 20 dagen.

De Voorzieningenrechter was niet gevoelig voor het argument van de inschrijver dat er onvoldoende tijd voor de deurwaarder was geweest om de dagvaarding te betekenen aan het adres van de gemeenten en evenmin voor het argument dat de gemeenten de dagvaarding wel kenden, omdat ze vergezeld van een advocaat op de zitting zijn verschenen.

De Voorzieningenrechter verklaarde de inschrijver niet-ontvankelijk en kwam niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil. 

  1. In een uitspraak van 27 november 2018 verklaarde de Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag een inschrijver niet-ontvankelijk in haar vorderingen tegen de gemeente Waddinxveen in verband met een aanbesteding. De inschrijver, die het kort geding aanhangig had gemaakt, had samen met een andere partij als combinatie ingeschreven.

De Voorzieningenrechter oordeelde dat als een combinatie van bedrijven heeft ingeschreven op een aanbesteding, een vordering die tot doel heeft het voorlopige gunningsbesluit aan te tasten, niet door individuele leden van de combinatie, maar alleen door die combinatie kan worden ingesteld. Dit omdat het noodzakelijk is dat de beslissing over de geldigheid van het gunningsbesluit voor alle combinanten hetzelfde is.

Dit betekende volgens de Voorzieningenrechter dat niet één van de leden van de combinatie zelfstandig tegen een gunningsbeslissing kon opkomen.

De desbetreffende combinant werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard door de Voorzieningenrechter.

Voor vragen over aanbestedingen kunt u contact opnemen met Margo van Nisselroij.

Terug naar overzicht
© Meulenkamp Advocaten Venlo - 2019
Created by LR Internet &